Hosea 13
11 Als Efraïm sprak, zo beefde men, hij heeft zich2 verheven in Israël; maar hij is schuldig geworden aan de3 Baäl en is4 gestorven.
2En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een5 gegoten beeld gemaakt,6 afgoden7 naar hun verstand, die allemaal8a smedenwerk zijn; waarvan zij9 toch zeggen:10 De mensen, die offeren, zullen de11 kalveren12 kussen.
3Daarom zullen zij zijn13 als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die heengaat; als kaf van de dorsvloer, en als rook uit de14 schoorsteen wordt weggestormd.
415 Ik ben toch JAHWEH, uw God,b van Egypteland af;16 daarom zou u geen God kennenc dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.
5Ik heb u17 gekend in de18 woestijn, in een zeer heet land.
6Daarna zijn zij, naardat hun19d weide was, zat geworden; als zij zat zijn geworden, heeft zich hun20 hart verheven; daarom hebben zij Mije vergeten.
7Daarom werd Ik hun als een felle21 leeuw; als een luipaard22 loerde Ik op de weg.
8Ik23 ontmoette hen als een24 beer, die van jongen beroofd is, en scheurde het25 slot van hun harten; en Ik verslond26 ze daar als een oude leeuw;27 het wild gedierte van het veld verscheurde hen.
928 Het heeft u bedorven, o Israël! want in29 Mij30 is uw hulp.
1032 Waar is uw33 koning34 nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw35 richters, waar u van zei: Geef mij een koning en vorsten?
11Ik gaf u een37f koning in Mijn38 toorn en nam hem weg in Mijn verbolgenheid.
1240 Efraïms ongerechtigheid is samengebonden, zijn zonde is opgelegd.
1342 Smarten van een barende vrouw zullen hem aankomen; hij is een onwijs43 kind; want anders zou hij geen tijd in de kindergeboorte blijven staan.
1445 Maar Ik46 zal hen van het geweld van het dodenrijkg verlossen, Ik zal ze vrijmaken van47 de dood: o dood! waar zijn48 uw pestilentien? dodenrijk! waar is uw49 verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn,
15Want51 hij zal vrucht voortbrengen onder de broers; maar er52 zal een53 oostenwind komen, een wind54 van JAHWEH, opkomende55 uit de woestijn; en56 zijn57 springader zal uitdrogen, en zijn fontein zal58 verdrogen; die zal de schat van59 alle gewenste huisraad roven.