Gezang in de vuuroven 1

Boekinleiding lees meer ▾ Het tweede Aanhanghsel AAN DANIEL: Namelijk , ’t Ghesangh van de drie Mannen in het vyer, ’t welk na het gebed AZARIE volcht.
Het tweede Aanhanghsel AAN DANIEL: Namelijk , ’t Ghesangh van de drie Mannen in het vyer, ’t welk na het gebed AZARIE volcht.
51TOEN zongen de drie als uit één mond, en loofden en prezen God in de oven, zeggende: 52Geloofd bent U, Heere, U God van onze vaders, die moet geprezen en hoog geroemd zijn in de eeuwigheid. Geloofd zij Uw heerlijke naam die heilig is en hoog te prijzen en te roemen in de eeuwigheid. 53Geloofd bent U in de tempel van Uw heilige heerlijkheid, en hoog geprezen en hoog verheerlijkt bent U in de eeuwigheid. 54Geloofd bent U die daar zit op de Cherubim en ziet de diepten aan, en hoog geprezen en hoog geroemd bent U in de eeuwigheid. 55Geloofd bent U, op de troon van de heerlijkheid van Uw koninkrijk, en hoog geprezen en hoog verheerlijkt bent U in de eeuwigheid. 56Geloofd bent U in de vastheid van de hemel en hoog geprezen en verheerlijkt in de eeuwigheid. 57Alle u werken van Heere looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 58U engelen van Heere looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 59U hemelen looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 60Alle u wateren, die boven de hemel bent, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 61Looft Heere alle u heerkrachten van Heere, prijst Hem en roemt Hem. 62Looft Heere u zon en u maan, prijst Hem en roemt Hem. 63Looft Heere u gesternten van de hemel, prijst Hem en roemt Hem in de eeuwigheid. 64Al u regen en dauw looft Heere, prijst Hem en roemt Hem in de eeuwigheid. 65U winden alle looft Heere, prijst Hem en looft Hem in de eeuwigheid. 66U vuur en hitte looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 67Koude en hitte looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 68Dauw en rijm looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 69U nachten en dagen looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 70Licht en duisternis looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 71Vorst en koude looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 72IJs en sneeuw looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 73Bliksem en wolken looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 74De aarde love Heere, zij prijze en roeme Hem in de eeuwigheid. 75U bergen en heuvelen looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 76Alles wat in de aarde groeit love Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 77U fonteinen looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 78U zeeën en rivieren looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 79U walvissen, en al wat zich roert in de wateren, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 80Alle u vogels des hemels looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 81Alle u wilde gedierten en vee looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 82U kinderen van de mensen looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 83Israël, looft Heere; prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 84U priesters van Heere looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 85U knechten van Heere looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 86U geesten en zielen van de rechtvaardigen looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 87U heilige en deemoedige van hart looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid. 88Ananias, Azaria, Misaël looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid, want Hij heeft ons getrokken uit het dodenrijk en heeft ons verlost uit de hand van de dood, en heeft ons behouden uit het midden van de brandende vlam van de oven, en heeft ons behouden uit het midden van het vuur. 89Dankt Heere want Hij is vriendelijk, want Zijn barmhartigheid duurt in de eeuwigheid. 90U allen die Heere vreest looft de God van de goden, prijst Hem en dankt Hem, want Zijn barmhartigheid duurt in alle eeuwigheid.