Ezechiël 45
11 Als u nu het land2 zult doen vallen in erfenis, zo zult u een3 hefoffer JAHWEH offeren, tot4 een heilige plaats, van het land; de lengte zal zijn de lengte van vijf en twintig duizend5 meetrieten, en de breedte tien duizend; dat zal6 in zijn7 hele grenzen rondom heilig zijn.
28 Hiervan9 zullen tot het heiligdom zijn vijfhonderd10 met vijfhonderd, vierkant rondom; en het zal vijftig ellen hebben tot een11 buitenruim rondom.
3Zo zult u meten12 van deze maat, de lengte van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend en daarin zal het heiligdom zijn met het13 heilige van de heiligen.
4Dat zal een14 heilige plaats zijn van het land; zij zal zijn voor de priesters, die het heiligdom bedienen, die naderen om JAHWEH te dienen; en het zal hun een plaats zijn tot huizen, en een heilige plaats voor het heiligdom.
5Verder zullen de Levieten, die dienaren van het huis,15 ook de lengte hebben van vijf en twintig duizend, en de breedte van tien duizend, hunlieden tot een bezitting, voor twintig kamers.
6En tot bezitting16 van de stad zult u geven de breedte van vijf duizend en de lengte van vijf en twintig duizend, tegenover het17 heilig hefoffer; voor het hele huis van Israël zal het zijn.
7De18 vorst nu zal zijn deel hebben van deze en van de andere zijde van19 de20 heiligen hefoffers en van de bezitting van de stad, voor aan het heilig hefoffer, en voor aan de bezitting van de stad; van de westerhoek naar het westen, en van de oosterhoek naar het oosten; en de lengte zal zijn tegenover één van de delen, van de westergrens tot de oostergrens toe.
821 Dit land aangaande, het zal hem tot een bezitting zijn in Israël; en Mijn vorsten zullen Mijn volk niet meer22 verdrukken, maar de huize Israëls het land23 laten, naar hun stammen.
9Zo zegt de Adonai JAHWEH: Het is te veel voor u, u vorsten van Israël! doet geweld en verstoring weg, en doet recht en gerechtigheid; neemt uw uitstotingen op van Mijn volk, spreekt de Adonai JAHWEH.
10Een26 rechtea waag, en een rechte27 efa, en een rechte28 bath zult u hebben.
11Een efa en een bath29 zullen van30 enerlei mate zijn, dat een bath het tiende deel van een31 homer houde; ook een efa het tiende deel van een homer; de mate daarvan zal zijn naar de32 homer.
12En de33b sikkel zal zijn van twintig34 gera; twintig sikkelen, vijf en twintig sikkelen en vijftien sikkelen, zal u een35 pond zijn.
13Dit is het36 hefoffer, dat u offeren zult: het37 zesde deel van een efa van een homer tarwe; ook zult u het zesde deel van een efa geven van een homer gerst.
14Voor wat betreft de inzetting van olie, van een bath olie; u zult offeren het tiende deel van een bath uit een38 kor, dat is een homer van tien bath, want tien bath zijn een homer.
15Verder een lam uit de kudde, uit de tweehonderd, uit het39 waterrijke land van Israël, tot voedseloffer, en tot brandoffer, en tot dankofferen om verzoening over hen te doen, spreekt de Adonai JAHWEH.
16Al het volk van het land40 zal in dit hefoffer zijn,41 voor de vorst in Israël.
17En het zal de vorst42 opleggen te offeren de brandofferen, en het spijsoffer, en het drankoffer, op de feesten, en op de nieuwe maanden, en op de sabbatten,43 op alle vastgestelde hoogtijden van het huis van Israël; hij zal het zondoffer, en het spijsoffer, en het brandoffer, en de dankofferen44 doen, om verzoening te doen voor het huis van Israël.
18Zo zegt de Adonai JAHWEH: In de eerste maand, op de eerste van de maand, zult u een volkomen stier, een jong rund, nemen; en u zult het heiligdom ontzondigen.
19En de priester zal van het bloed van het zondoffer nemen, en doen het aan47 de posten van het huis, en aan de vier hoeken van het afzetsel van het altaar, en aan de posten van de poorten van het binnenste voorhof.
20Zo zult u ook doen op de zevende in die maand;48 vanwege de afdwalende, en vanwege de slechte; zo zult u het huis verzoenen.
21c In de eerste maand, op de veertienden dag van de maand, zal u het pascha zijn; een feest van zeven dagen, ongezuurde broden49 zal men eten.
22En de vorst zal op dezelfde dag voor zichzelf, en voor al het volk van het land, bereiden een stier50 van het zondoffer.
23En de zeven dagen van het feest zal hij een brandoffer JAHWEH bereiden, van zeven stieren en zeven rammen, die volkomen zijn, dagelijks, de zeven dagen lang, en een zondoffer van een geitenbok, dagelijks.
24Ook zal hij een spijsoffer bereiden, een efa tot een stier, en een efa tot een ram; en een51 hin olie tot een efa.
25d In de zevende maand, op de vijftienden dag van de maand zal hij op het52 feest53 evenzo doen, zeven dagen lang; zoals het zondoffer, zoals het brandoffer, en zoals het spijsoffer, en zoals de olie.