Deuteronomium 8

11 Alle geboden, die ik u heden gebiede, zult u waarnemen om te doen, opdat u leeft, en vermenigvuldigt, en inkomt, en het land erft, dat JAHWEH aan uw vaderen gezworen heeft. 2En u zult gedenken aan al de weg, die u JAHWEH, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te2 verzoeken, om te3 weten, wat in uw hart was, of u Zijn geboden zou houden, of niet. 3En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met heta Man, dat u niet kende, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte,b dat de mens niet alleen4 van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit de mond van JAHWEH5 uitgaat. 4c Uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet6 gezwollen, deze veertig jaren. 5Bekent dan in uw hart, dat JAHWEH, uw God, u straft,7 zoals een man zijn zoon straft. 6En houdt de geboden van JAHWEH, van uw God,8 om in Zijn9 wegen te wandelen, en om Hem te vrezen. 7Want JAHWEH, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die10 in dalen en in bergen11 uitvlieten; 8Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van12 olierijke olijfbomen, en van honing; 9Een land, waarin u13 brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, waarvan de stenen ijzer zijn14, en waaruit de bergen u koper uithouwen zult. 1015d Als u dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult u JAHWEH, uw God,16 loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven. 11Pas op dat u JAHWEH, uw God, niet vergeet, dat u niet zou houden Zijn17 geboden, en Zijn rechten, en Zijn voorschriften, die ik u heden gebiede; 12Opdat niet misschien, als u zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, en goede huizen gebouwd hebben, en die bewonen, 13En uw runderen en uw schapen zullen vermeerderd zijn, ook zilver en goud u zal vermeerderd zijn, ja, al wat u hebt vermeerderd zal zijn; 14Uw hart zich dan verheffe, dat u vergeet JAHWEH, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgevoerd heeft; 15Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was;e Die u water uit de18 keiachtige rots voortbracht; 16Die u in de woestijn spijsde metf Man, dat uw vaderen niet gekend hadden;19 om u te verootmoedigen, en om u te20 verzoeken, opdat Hij u21 ten laatste weldeed; 17En u in uw hart zegt: Mijn kracht, en de sterkte van mijn hand heeft mij dit vermogen verkregen. 18Maar u zult gedenken JAHWEH, uw God, dat Hij het is, die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, zoals het op deze dag is. 19Maar als het gebeurt, dat u JAHWEH, uw God,25 geheel vergeet, en andere goden navolgt, en hen dient, en u daarvoor buigt, zo betuig ik heden tegen u, dat u26 voorzeker zult vergaan. 20Zoals de heidenen, die JAHWEH voor uw aangezicht weggevaagd heeft, zo zult u vergaan, omdat u de stem van JAHWEH, van uw God, niet gehoorzaam zult geweest zijn.