2 Tessalonicenzen 1
Boekinleiding
lees meer ▾
NA het Apostolisch opschrift, begrepen in de 2 eerste versen, prijst Paulus de standvastigheid van de Thessalonicenzenn, en vertroost haar tegen de verdrukkingen met de komste JEZUS CHRISTUS ten oorde...
NA het Apostolisch opschrift, begrepen in de 2 eerste versen, prijst Paulus de standvastigheid van de Thessalonicenzenn, en vertroost haar tegen de verdrukkingen met de komste JEZUS CHRISTUS ten oordeele, tot straf van de vervolgers, en tot haar verlossing, ’t welk hij doet in ’t eerste Capit. Daar na waarschouwt hij haar, dat de dagh van de oordeels zo haast niet zal komen, maar dat de afval eerst moet komen, en de Antichrist geopenbaard worden, wiens opkomste, krachtige verleiding, en ondergang hij beschrijft, met een nieuwe vermaning tot standvastigheid in het aangenomen geloof, tot het ein de van’t 2 Capit. Ten slotte vermaand hij haar tot een Christelijken wandel, en voornaamlijk tot bidden voor hem, tot onderling liefde, en tot vermijding en waarschouwing van de ongeregelde ledig-gangers, welke hij met zijn exempel bestraft, en ernstelijk dreigt tot het 16 vers van ’t 3 Capit. En besluit de zendbrief in de drie laatste versen met een gebed tot God voor haar, en met de gewoonlijke Apostolische groete.
1Paulus, en1 Silvanus, en Timotheüs, aan de Gemeente van de Thessalonicensen,2 die is in God, onze Vader, en de Heere Jezus Christus:
23a Genade zij u, en vrede, van God, onze Vader, en de Heere Jezus Christus.
3b Wij moeten God altijd danken over u, broeders, zoals4 behoorlijk is, omdat uw geloof5 zeer groeit, en dat de liefde van ieder van u allen tegenover elkaar overvloedig wordt;
4Zo dat wij zelf6c van u roemen in de Gemeenten van God, over uw volharding en geloof in al uw vervolgingen en verdrukkingen, die u verdraagt;
57d Een bewijs van Gods rechtvaardig oordeel, opdat u waard geacht wordt het Koninkrijk van God, voor dat u8 ooke lijdt;
6f Zo het recht is bij God verdrukking te vergelden van hen, die u verdrukken;
7En9 u, die verdrukt wordt, verkwikking10 met ons,g in de11 openbaring van de Heere Jezus van de hemel12 met de engelen van Zijn kracht;
813h Met vlammend vuur wraak doendei over degenen, die God14 niet kennen, en over degenen, die het Evangelie van onze Heere Jezus15 Christus niet gehoorzaam zijn.
9k Zij zullen tot straf lijden het eeuwig verderf,16 van het aangezicht van de Heere, en van17 de heerlijkheid van Zijn sterkte,
10l Wanneer Hij zal gekomen zijn, om verheerlijkt te worden in Zijn heiligen, en18 wonderbaar te worden in allen, die geloven (omdat onze getuigenis onder u is geloofd geworden)19 in die dag.
11Waarom wij ook altijd bidden voor u, dat onze God u20 waard achte21 van de roeping, en vervulle al22 het welbehagen van Zijn goedigheid, en23 het werk van het24 geloof met kracht.
12Opdat25 de Naam van onze Heere Jezus26 Christus verheerlijkt wordt in u, en u in Hem, naar27 de genade van onze God en de Heere Jezus Christus.