2 Kronieken 1
Boekinleiding
lees meer ▾
VANDE benamingen deze boeks, en van de voorgaanden, kan de leser zien de Inhout gesteld over het eerste boek van de Chroniken. In dit tweede wordt de Historie van het volk Gods, en haar Koningen, also...
VANDE benamingen deze boeks, en van de voorgaanden, kan de leser zien de Inhout gesteld over het eerste boek van de Chroniken. In dit tweede wordt de Historie van het volk Gods, en haar Koningen, alsose in 't voorgaande boek gelaten was, vervolcht, tot op de Babylonische gevangenis. Hoewel nu hier ook gesproken wordt van de Koningen Israëls, die in 't bijzonder zo genaamd wierden, na dat de 10 stammen haar van de huis Davids afgezonderd hadden, nochtans is in dit boek de Historie van de Koningen Iuda, van Ezra (zomen hout) voornaamlijk beschreven. Daartoe waren merkelijke redenen. Want beneffens dat Iuda de ware leer, en de suiveren Gods-dienst noch eenichsins behouden had, waarvan de 10 stammen zo afgeweken waren, dat God de zelf ten slotte door Salmanasser de Koning van Aszijrien uit haar lande had gevankelijk laten weg-voeren zonder hope van verlossing, en dat Iuda die volgende dan eigenlijk Gods volk alleene was, wiens Historie Ezra bijzonderlijk voor had; zo moeste ook de Messias uit de zelf stam, ja uit het Koninklijke geslacht Davids na de vleese voortcomen. Om welke oorsake de Historie zijn koninklijker Voor-vaderen van de begin af, tot zijn toekomste toe, ijverig opgetekend moste zijn, opdat de beloften Gods waarachtig bevonden zouden worden. En nadien in 't voorgaande boek de Historie Davids beschreven is, zo wordt dit tweede nu aangevangen met het verhaal van de regering Salomons, die in de plaats zijn vaders gecomen is. Hij wordt begaafd extraordinaarlijk met grote wijsheid, die hij van God begeert had: waarbij gecomen is zo wel rijkdom, die hij aangelecht heeft in de bouwing van de Tempels, en anderen gestichten, als eere die hij ontvangen heeft van de omliggende volkeren. Maar om zijn zonden wille is zijn rijke verdeelt geworden, als zijn zon Rehabeam in zijn plaats komen zou. Tien stammen zijn van Iuda afgeweken, verkiesende Ierobeam tot haar Koning. Van Rehabeam af zijn verder in de successie van het Koninkrijk Iuda gevolcht in order Abia, Asa, Iosaphat, Ioram, Ahazia, Ioas, Amazia, Uzzia, Iotham, Achaz, Hizkia, Manas, Amon, Iosia, Ioahaz, Iojakim, Iojachin, Zedekias; van de welke vele afgoden-dienaren geweest zijn, sommige de ware Religie, en de suiveren Gods-dienst voorstaande, als Asa, Iosaphat, Ioas, Amazia, Uzzia, Iotham, Hizkia, Iosia; hoewel zij in den goeden ijver, en de oprechte Godsvrucht elkaar ongelijk waren. Ook hebben enige zich, of afgekeert van het goede, tot het quade, als Ioas, en Amazia, of bekeert van het quade, tot het goede als Manas. Ondertussen en heeft de JAHWEH nooit opgehouden zo wel de Koningen, als de gehele Gemeente tot bekering te roepen, gebruikende hier toe de dienst van de Profeten, die geduerende deze tijt elkaar in grote getale achtervolcht zijn van Elia en Elisaeo af, tot op Ezechiel, en Daniel. Maar terwijl zij van de meeste menigte niet gehoort, ja veracht, en bespot wierden, zo heeft de JAHWEH dit Koninkrijk van Iuda ten slotte laten overheert worden door Nebucadnezar, de Koning van Babel, die de Joden in zijn Land gevankelijk weg-gevoert heeft: alwaar zij 70 jaren gebleven zijn, tot dat Cyrus, die de monarchie van de Babyloniers aan de Persen gebracht heeft, hen de vryheid heeft gegeven, om weer na Huis te keeren, Zoals dit breeder te zien is in de volgende boeken van Ezra, en Nehemia. Zo is nu na sommiger rekening, in dit boek begrepen de Historie van 424 jaren.