2 Koningen 1
Boekinleiding
lees meer ▾
DE Historie van de Koningen Israëls, en luda, die in’t voorgaande boek aangevangen was, wordt nu in dit boek voltrokken. En wat aangaat de Koningen Israëls, die zijn in haar afgoderij, (hoe wel de één...
DE Historie van de Koningen Israëls, en luda, die in’t voorgaande boek aangevangen was, wordt nu in dit boek voltrokken. En wat aangaat de Koningen Israëls, die zijn in haar afgoderij, (hoe wel de één gruwelijker dan de andere,) met haar ondersaten hardnekkelijk gebleven. Daarom heeft ze de JAHWEH niet alleen door de dienst zijn Profeten, maar ook door zeer zware straffen doorgaans tot bekering geroepen: Ia tot een voorspel van haar gantschen ondergang, sose hen niet en bekeerden, heeft hij de stam Naftali laten door Tiglath-Pileser in Aszijrien vervoeren. Maar ten heeft al niet geholpen.’T is wel zo, dat God hem altijt een uitverkoren overblijfsel van de ware geloovigen behouden heeft; waar toe de Scholen, en Collegien van de Profeten veel goets gedaan hebben: maar terwijl de afvallige geen ein de van de godtloosheid en maakten, heeft ze God ten slotte, na een rechtvaardig oordeel, van zijn aangezichte weg geworpen. Want Salmanassar de Koning van Aszijrien, in’t Land van Israël met een grote macht gevallen zijnde, heeft na een drie-jarige belegering de stad van Samaria ingenomen, en de Israëlieten na Aszijrien zijn Land, gevankelijk weg gevoert: waar mede dit Koninkrijk een ein de genomen heeft, hebbende geduert, na sommiger rekening, van de verdeling van de stammen af, de tijt van omtrent 262 jaren. Niet zeer ongelijke straf is het Koninkrijk van Iuda ten slotte overgekomen. Want hoewel de wettelijke Gods-dienst bij de Joden veeltijts plaats had, voornaamlijk als godtvruchtige Koningen, en kloeke Overpriesteren, alle neerstigheid aanleiden, dat de afgoderij geweert, en het vervallene in de Gods-dienst trouwelijk weer opgericht zou worden, nochtans heeft het volk de wettelijken Gods-dienst met vele afgodise superstitien vermengt, oft immers niet recht gemeend. Of nu schoon de eernstige vermaningen van de Profeten, en de dadelijke castijdingen van de Heeren, waardoor zij tot bekering geroepen wierden, niet op en hielden; zo zijn evenwel de grouwelen in de Gods-dienst, en de overtredingen in het gemene leven zo groot, en menichvuldich geworden, dat God dit volk overgegeven heeft in de hant NebucadneZars van de Konings van Babel, die het Land verwoest, de stad Jeruzalem ingenomen, de Tempel verbrand, en de Joden gevankelijk na Babel vervoert heeft. Het welke geschied is, als dit Rijke van Iuda, na dat de 10 stammen daarvan gescheurt waren, omtrent 395 jaren (na eeniger meening) gestaan had. Maar God heeft alzo zijn toorn gematicht, dat hij in zijn woord en beloften, getrouwe gebleven is, omdat hij altijt een uitverkoren volk, en het geslacht Davids, daaruit de Messias na de vleese voortkomen moeste, tot de tijt zijn komste toe, door een geheel vaderlijke sorchvuldigheid bewaard heeft. De Historie deze boeks begrijpt de tijt van omtrent 320 jaren.