1 Samuel 1
Boekinleiding
lees meer ▾
VOOR eerst wordt in dit Boek verhaalt en beschreven de geboorte Samuels, en hoe zijn moeder hem ten dienste Gods heeft toegeëigend: en ook de lofzang zijn moeder: als ook de moedwillige boosheid van d...
VOOR eerst wordt in dit Boek verhaalt en beschreven de geboorte Samuels, en hoe zijn moeder hem ten dienste Gods heeft toegeëigend: en ook de lofzang zijn moeder: als ook de moedwillige boosheid van de sonen Eli, die door een Man Gods hierover wordt bestraft, en hem wordt voorzegd de ondergang zijn Huis: ’t welk hem Samuel ook verkondigt: die tot een Profeet van God verordineert, en voor zulks van het volk erkent wordt. Daar na wordt in dit boek verhaalt, hoe Israël van de Filistijnen zij geslagen, en hoe de Arke genomen, en weg gevoert zij geworden: ’t welk Eli hoorende, zo valt hij achter over en breekt de hals: De Filistijnen brengen de Arke van de Heeren in de Tempel hares afgodts Dagons, die van boven neder valt, en in stukken breekt, en de Filistijnen worden jammerlijk van God geplaagd aan de heimelijke plaatsen hares lichaams: Daarom schikken zij de Arke van de verbonts weer, met geschenken: Zij komt te Beth-Semes in het Land van Iuda: van daar wordt ze gevoert na Kiriath-Iearim, alwaar Samuel een reformatie in de Gods-dienst aanstelt: En hij roept het volk te samen te Mizpa, daar de Filistijnen haar meenden te overvallen, maar God verschrikt ze met een grote donder, en zij worden van de Israëlieten geslagen. De sonen Samuels, zijnde in zijn ouderdom van hem tot Richters gemaakt, en volgen de voetstappen hares vaders niet, daarom begeeren de Israëlieten een Konink, ’twelk de JAHWEH mishaagt, die haar door Samuel voordraagt, hoe zij van de Konink zouden gehandelt werden: Maar als het volk even wel bij dit versoek verhardde, zo heeft God, en Samuel, daarin verwilligt: en hij seid Saul, die tot hem te Mizpa gekomen was, dat hij die man was die tot Konink over Israël zou gesteld worden: en hij salft hem tot Konink: die slaat in den begin zijn regering de Ammoniten: Samuel verlaatt zijn richter-ambt, en na dat hij verhaalt had, hoe hij zich daarin gedragen had, wordt hij met een heerlijk getuichenis verlaten, en bedankt. Saul en Ionathan voeren crijch tegen de Filistijnen, en andere, en slaanse. Saul wordt van Samuel aangeseid, dat de JAHWEH het Koninkrijke van hem zou nemen, en hij salft David tot een Konink over Israël. Die met de Reuse Goliath cambt, en hem overwint. Saul jaloërs geworden zijnde over de eere en achtbaarheid die David wert aangedaan, staat hem na zijn leven: Die daarom van het hof vluchtt, en komt tot Samuel te Najoth, en hij maakt een verbond van vrientschap met Ionathan, Sauls zoon: Hij vluchtt, en neemt zijn toevlucht tot Achis de Konink van de Filistijnen, daar hij zich aanstelt alsof hij niet wijs en ware. Hij trekt na Adullam, daar zijn vrienden en andere tot hem vergaderen: Maar hij dwaalt van de één tot de anderen: en Saul laat de Priester Achimelech, en ’tgeheele Huis zijn vaders doden, als ook Lxxxv Priesters, en de burgers te Nob, omdat zij David met de zijn hadden geherbergt en gespijst. David vluchtt na de woestijne Siph, van daarna de woestijne Maon, daar Saul hem al vervolgt, tot dat hij tijding krijgt, dat hem de Filistijnen in het Land gevallen waren: die hij gestutt hebbende, David al voorder vervolgt: Maar ten slotte voor de zelf zijn schult bekennende, bidt hij David, dat hij zijn geslacht wille verschoonen, als hij Koning zou geworden zijn. Daarna wordt verhaalt de dood van de Profeten Samuels, en Davids handeling met Nabal, en met Abigaïl: Item, hoe Saul voortgevaren zij in het vervolgen van David: Alzo dat hij ten slotte gevluchtt is tot Achis de Koning te Gath, die hem de stad Ziklag geeft, uit de welke hij met zijn krijchs-volk trekkende, enige van de benaabuerde volkeren berooft, en dood slaat. Als nu de Filistijnen met grooter macht ten stryde trokken tegen Israël, zo vraagt Saul de JAHWEH, maar als hij hem niet en antwoordde, zo zoekt Saul raat bij een waarsegster. David willich en bereid zijnde om met de Koning Achis ten strijde te trekken tegen Saul, wordt te rugge gezonden. In zijn absentie wordt Ziklag van de Amalekiten geplundert, maar hij ontjaagt haar de buit weer. Ten slotte wordt in dit Boek beschreven de dood en ondergang Sauls, en zijn sonen.