1 Petrus 5
11 De ouderlingen, die onder u zijn, vermaan ik, die2 een medeouderling, en getuige van het lijden van Christus ben, en3 deelachtig van de heerlijkheid, die geopenbaard zal worden:
24a Weidt de kudde van God, die onder u is, hebbende opzicht5 daarover, niet uit bedwang, maar gewillig;b noch om vuile winst, maar met een bereidwillig gemoed;
3c Noch als heerschappij voerende over6 het erfdeel vand de7 Heere, maar als voorbeelden van de kudde geworden zijnde.
4En als8e de overste Herder verschenen zal zijn,f zo zult u9 de onverwelkelijke kroon van de heerlijkheid behalen.
5Evenzo u jongen, wees de oude onderdanig;g en wees allen10 elkaar onderdanig; wees met de nederigheid11 bekleed;h want God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.
612i Vernedert u dan onder de krachtige hand van God, opdat Hij u verhoge op Zijn tijd.
7k Werpt al uw zorgen op Hem,l want Hij zorgt voor u.
8m Wees nuchter, enn waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wie hij zou mogen13 verslinden;
9o Die wederstaat, vast zijnde in het geloof, wetende, dat hetzelfde lijden14 aan uw broederschap, die in de wereld is,15 volbracht wordt.
10De God nu aller genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, nadat wijp een korte tijd zullen geleden hebben, Dezelfde volmake, bevestige, versterke, en fondere u.
11Hem zij de heerlijkheid en de kracht16 in alle eeuwigheid. Amen.
12Door17 Silvanus, die u een getrouw broeder is,18 zo ik acht, heb ik met weinige woorden geschreven, vermanende en betuigende, dat deze is19 de waarachtige genade van God, in welke u staat.
13U groet de medeuitverkorene Gemeente, die20 in Babylon is, en21 Markus,22 mijn zoon.
14Groet elkaarq met een kus van de liefde. Vrede zij u allen, die in Christus Jezus bent. Amen.