1 Kronieken 28
11 Toen verzamelde David te Jeruzalem alle oversten van Israël, de oversten van de stammen, en2 de oversten van de verdelingen, de koning dienende, en de oversten van de duizenden, en de oversten van de honderden, en de oversten van alle bezittingen en vee van de koning en3 van zijn zonen, met4 de kamerlingen, en de helden, ja, allen kloeken held.
2En de koning David stond op zijn voeten, en hij zei: Hoor mij, mijn broers, en mijn volk! Ik had in mijn hart een huis van de rust voor de ark van het verbond van JAHWEH te bouwen, en voor de voetbank van de voeten van onze God, en ik heb gereedschap gemaakt om te bouwen.
3a Maar God heeft tot mij gezegd: U zult Mijn Naam geen huis bouwen, want u bent een soldaat, en u hebt8 veel bloed vergoten.
4Nu heeft mij JAHWEH, de God van Israël, gekozen uit heel het huis van mijn vader, dat ik tot koning over Israël wezen zou9 in eeuwigheid; want Hij heeft10 Juda tot een voorganger gekozen, en het huis van mijn vader in het huis van Juda; en onder de zonen van mijn vader heeft Hij een welgevallen aan mij gehad,b dat Hij mij ten koning maakte over geheel Israël.
5En uit al mijn zonen (want JAHWEH heeft mij vele zonen gegeven) zo heeft Hij mijn zoon Salomo gekozen, dat hij zitten zou op de stoel van het koninkrijk van JAHWEH over Israël.
6Enc Hij heeft tot mij gezegd: Uw zoon Salomo, die zal Mijn huis en Mijn voorhoven bouwen; want Ik heb hem Mij uitverkoren tot een zoon, end Ik zal hem tot een Vader zijn.
7En Ik zal zijn koninkrijk bevestigen tot11 in eeuwigheid, als hij sterk wezen zal, om Mijn geboden en Mijn rechten te doen,12 zoals te deze dage.
8Nu dan, voor de ogen van het hele Israël, de gemeente van JAHWEH, en voor de oren van onze God,13 houdt en zoekt al de geboden van JAHWEH, van uw God; opdat u dit goede land erfelijk bezit, en uw kinderen na u tot in eeuwigheid doet erven.
9En u, mijn zoon Salomo, ken14 de God van uw vader, en die Hem met een volkomen hart en met een willige ziel; wante JAHWEH doorzoekt alle harten, en Hij verstaat15 al het maaksel van de gedachten; als u Hem zoekt, Hij zal van u gevonden worden; maar als u Hem verlaat, Hij zal u tot in eeuwigheid verstoten.
10Zie nu toe, want JAHWEH heeft u gekozen, dat u een huis ten heiligdom bouwt; wees sterk,16 en doe het.
11En David gaf zijn zoon Salomo een17 voorbeeld van het voorhuis, met zijn behuizingen, en zijn schatkameren, en zijn opperzalen, en zijn binnenkameren, en van het huis18 van de verzoendeksels;
12En een voorbeeld van alles, wat19 bij hem20 door de Geest was, namelijk van de voorhoven van het huis van JAHWEH, en van alle kamers rondom;21 tot de schatten van het huis van God, en tot de schatten van de heilige dingen;
13En22 van de verdelingen van de priesters en van de Levieten, en van alle werk van de dienst van het huis van JAHWEH, en van alle voorwerpen van de dienst van het huis van JAHWEH.
1423 Het goud gaf hij naar het goudgewicht, tot alle voorwerpen24 van elke dienst; ook zilver tot alle zilveren voorwerpen bij gewicht, tot al de voorwerpen van elke dienst;
15En het gewicht tot de gouden kandelaars, en hun gouden lampen, naar het gewicht van elke kandelaar en zijn lampen; ook tot de zilveren kandelaars, naar het gewicht van een kandelaar en zijn lampen, naar de dienst van elke kandelaar.
16Ook gaf hij het goud naar het gewicht tot de tafelen van de27 toerichting, tot elke tafel, en het zilver tot de zilveren tafelen;
17En louter goud tot de krauwelen, en tot de sprengbekkens, en tot de schotelen, en tot gouden bekers, het29 gewicht tot elke beker, evenzo tot zilveren bekers, tot elke beker het gewicht;
18En tot het reukaltaar gelouterd goud in gewicht; en goud tot het voorbeeld van de wagens, te weten van de cherubim, die de vleugels zouden uitbreiden, en de ark van het verbond van JAHWEH overdekken.
19Dit alles heeft men32 mij, zei David, bij geschrift te verstaan gegeven van de hand van JAHWEH, te weten al de werken van deze voorbeelds.
20En David zei tot zijn zoon Salomo: Wees sterk, en heb goede moed, en doe het, vrees niet, en wees niet verslagen; want God JAHWEH, mijn God, zal met u zijn; Hij zal u niet begeven, en Hij zal u niet verlaten, voordat u al het werk tot de dienst van het huis van JAHWEH zult volbracht hebben.
21En zie, daar zijn de verdelingen van de priesters en van de Levieten, tot allen dienst van het huis van God; en bij u zijn tot alle werk allerlei vrijwilligen, met wijsheid tot allen dienst, ook de vorsten, en het hele volk, bereid tot al uw bevelen.